dinsdag 24 juli 2012

Op Mars zijn mensen aliens 46

Mijn verblijf hier is momenteel een voortdurende strijd tegen de depressie. Maar ik heb mijn eigen methoden. En die omvatten dat computerwerk. Natuurlijk vraag ik me voortdurend af wat ik moet als het mislukt. Ik denk dat de depressie dan definitief toe zal slaan. Maar dat maakt niet uit, want ik maak dan toch een eind aan mijn leven, depressie of geen depressie. Ik heb dus in ieder geval iets om naar uit te zien, hoe deprimerend ook. Ze zeggen dat vooruitzichten helpen tegen depressies. Drank zou ook wel helpen, maar die is hier niet beschikbaar. Misschien moet ik eens een destillatie-apparaat gaan bouwen. Bah, ik word steeds cynischer.
Mijn somberheid heeft ook te maken met de voortgang van mijn project. Het schiet niet op. Dag in, dag uit voer ik de computer nieuwe zinnetjes, en beoordeel de reacties. Maar bij al die reacties herken ik de zinnetjes die ik eerder heb ingevoerd. Er gebeurt niets mee. De computer geeft braaf terug wat ik er in heb gestopt. Als ik daar een denkend, levend mens van moet maken gaat het jaren duren. Ik mis de creativiteit in de machine. Ik mis de intuïtie. Als ik met iemand praat, ben ik geen zinnen aan het construeren. Ik zeg gewoon wat ik te zeggen heb. Ergens in mijn hersens wordt daar een nette zin van gemaakt, en die spreek ik uit. En dan hoor ik hem zelf ook voor het eerst. Soms hoor ik dat ik niet precies zeg wat ik zeggen wil. Dan moet ik mijn zin corrigeren. Maar ook dat gebeurt door die zinnenfabriek. Hoe die precies werkt, dat weet ik niet. En dat wil ik ook niet weten.
Maar wat de computer me nu presenteert, daarin herken ik precies de zinnenfabriek die ik er zelf in heb gestopt. Wat de computer zou moeten doen, is die fabriek uitbreiden en aanvullen. Net als een kind dat leert praten. Zoals dat kind voortbouwt op wat het in zijn genen heeft meegekregen, en steeds complexere zinnen gaat produceren, zo zou de computer moeten voortbouwen op wat ik er in heb gestopt. Maar dat gebeurt niet. Sommigen zullen zeggen dat een computer alleen kan opleveren wat er in is gestopt. Maar dat geldt voor mensen ook. Er bestaat geen bovennatuurlijke weg waarlangs een mens zijn taal ontvangt. Ieder kind maakt zijn eigen taal met wat het bij de geboorte heeft meegekregen, en wat het van zijn ouders te horen krijgt. Waarom zou een computer dat niet ook kunnen? Ik heb hem geprogrammeerd om te ontdekken hoe hij zijn taal kan verbeteren en verfijnen. Als dat proces eenmaal op gang komt, versterkt het zichzelf, als een lawine die met een kleine verschuiving in de sneeuw begint, maar eenmaal op gang niet meer te stoppen is. Als dat proces eenmaal is gestart hoef ik de computer niets meer voor te zeggen. Ik kan gewoon met hem praten, en hij leert daar van. Dat moet nu toch snel gaan gebeuren. Ik heb niet zoveel tijd meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten