Mijn
verblijf hier is momenteel een voortdurende strijd tegen de
depressie. Maar ik heb mijn eigen methoden. En die omvatten dat
computerwerk. Natuurlijk vraag ik me voortdurend af wat ik moet als
het mislukt. Ik denk dat de depressie dan definitief toe zal slaan.
Maar dat maakt niet uit, want ik maak dan toch een eind aan mijn
leven, depressie of geen depressie. Ik heb dus in ieder geval iets om
naar uit te zien, hoe deprimerend ook. Ze zeggen dat vooruitzichten
helpen tegen depressies. Drank zou ook wel helpen, maar die is hier
niet beschikbaar. Misschien moet ik eens een destillatie-apparaat
gaan bouwen. Bah, ik word steeds cynischer.
Mijn
somberheid heeft ook te maken met de voortgang van mijn project. Het
schiet niet op. Dag in, dag uit voer ik de computer nieuwe zinnetjes,
en beoordeel de reacties. Maar bij al die reacties herken ik de
zinnetjes die ik eerder heb ingevoerd. Er gebeurt niets mee. De
computer geeft braaf terug wat ik er in heb gestopt. Als ik daar een
denkend, levend mens van moet maken gaat het jaren duren. Ik mis de
creativiteit in de machine. Ik mis de intuïtie. Als ik met iemand
praat, ben ik geen zinnen aan het construeren. Ik zeg gewoon wat ik
te zeggen heb. Ergens in mijn hersens wordt daar een nette zin van
gemaakt, en die spreek ik uit. En dan hoor ik hem zelf ook voor het
eerst. Soms hoor ik dat ik niet precies zeg wat ik zeggen wil. Dan
moet ik mijn zin corrigeren. Maar ook dat gebeurt door die
zinnenfabriek. Hoe die precies werkt, dat weet ik niet. En dat wil ik
ook niet weten.
Maar
wat de computer me nu presenteert, daarin herken ik precies de
zinnenfabriek die ik er zelf in heb gestopt. Wat de computer zou
moeten doen, is die fabriek uitbreiden en aanvullen. Net als een kind
dat leert praten. Zoals dat kind voortbouwt op wat het in zijn genen
heeft meegekregen, en steeds complexere zinnen gaat produceren, zo
zou de computer moeten voortbouwen op wat ik er in heb gestopt. Maar
dat gebeurt niet. Sommigen zullen zeggen dat een computer alleen kan
opleveren wat er in is gestopt. Maar dat geldt voor mensen ook. Er
bestaat geen bovennatuurlijke weg waarlangs een mens zijn taal
ontvangt. Ieder kind maakt zijn eigen taal met wat het bij de
geboorte heeft meegekregen, en wat het van zijn ouders te horen
krijgt. Waarom zou een computer dat niet ook kunnen? Ik heb hem
geprogrammeerd om te ontdekken hoe hij zijn taal kan verbeteren en
verfijnen. Als dat proces eenmaal op gang komt, versterkt het
zichzelf, als een lawine die met een kleine verschuiving in de sneeuw
begint, maar eenmaal op gang niet meer te stoppen is. Als dat proces
eenmaal is gestart hoef ik de computer niets meer voor te zeggen. Ik
kan gewoon met hem praten, en hij leert daar van. Dat moet nu toch
snel gaan gebeuren. Ik heb niet zoveel tijd meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten