donderdag 12 juli 2012

Op Mars zijn mensen aliens 34

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5. Harry
Het hoeft niet meer. Vandaag kwam het bericht dat Marit hierheen komt. Ze heeft zich vrijwillig gemeld toen ze hoorde van de beslissing dat ik een metgezel kon krijgen. ESA is bang dat ik het ondanks alle training toch niet red, hier in mijn eentje. Men heeft voldoende geld bij elkaar geschraapt voor een tweede bemande vlucht, al was het deze keer maar voor één persoon. En men heeft een vrijwilliger gevonden die de rest van haar leven op Mars wil slijten. Niet zomaar een vrijwilliger, maar niemand minder dan mijn vriendin. Nooit had ik hierop durven hopen. Nu kunnen we hier samen oud worden. Er zijn weinig mensen die kunnen zeggen dat ze een hele planeet als grafmonument zullen krijgen.
Ook voor Marit is er nu geen weg terug. Ik had nooit kunnen denken dat dit zou gaan gebeuren. En dat Marit ermee zou instemmen vind ik compleet onvoorstelbaar. Ze heeft niet mijn temperament, mijn behoefte aan rust en bespiegeling. Altijd had ze mensen om zich heen. Overal was er wel iemand in haar geïnteresseerd. En nu ben ik de enige die overblijft. Het heeft geen zin me af te vragen of ik haar dat wel kan aandoen. Ik heb geen keus. En zij heeft geen keus. Nu niet meer. Voor de rest van ons leven zij we op elkaar aangewezen, totdat de dood ons scheidt.
Het ging juist zo goed met de computersimulatie. Ik heb een doorbraak bereikt waardoor ik me geen zorgen meer hoef te maken over de natuurlijke toon van de conversatie. Dank zij een stel variabelen die een stemming uitdrukken kan het gesprek nu vanzelf een bepaalde ondertoon krijgen. Ik kan het woedend laten klinken, of tevreden, of verliefd, afhankelijk van hoe de persoon die spreekt zich voelt. En dat niet alleen qua toon, maar ook qua woordkeuze. Dit is als het ware de sluitsteen van het hele project, al moeten er wel nog wat losse eindjes worden afgebonden. Maar een echte persoon met eigen inbreng en echte stemmingen is natuurlijk oneindig veel beter. Zeker als die persoon Marit is.
Ik denk dat ik hier toch het een en ander moet gaan verbouwen. Als je elkaars enige gezelschap bent, heb je privacy nodig. Vierentwintig uur per dag op elkaars lip zitten, dat houdt geen mens vol. Ik moet zorgen dat Marit zich van tijd tot tijd kan terugtrekken, en zich met haar eigen besognes kan bezig houden. We moeten ook taken gaan verdelen. Ieder moet zijn eigen verantwoordelijkheden hebben, en de ander moet die respecteren, of die het er nou mee eens is of niet. We kunnen ons hier geen voortdurende ruzies permitteren. En ik moet natuurlijk ook zorgen dat hier alles optimaal functioneert. Twee personen vormen natuurlijk een zwaardere belasting voor life support dan een.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten