Het
begint nu urgent te worden. Ik weet niet hoe de wereld er over negen
maanden uit ziet, en of ik dan nog van die wereld deel uitmaak. Maar
ik moet met alles rekening houden, en zorgen dat ik op het ergste ben
voorbereid. Ik moet dus zorgen dat er een vervanging is voor als ik
er niet meer ben. En dat is heel wat moeilijker dan een vervanging
maken voor Marit. Van Marit ken ik alleen de buitenkant. Hoe haar
bewustzijn in elkaar zit, dat weet ik niet. Om Marit tot leven te
brengen in de computer kan ik alleen uitgaan van uitwendige
manifestaties, van wat ze zegt, van hoe ze het zegt en van hoe ze er
uit ziet. Maar voor mij ligt dat een stuk ingewikkelder. Ik weet niet
hoe anderen tegen mij aankijken, en van mezelf ken ik alleen de
binnenkant. En die ken ik beter en intensiever dan iemand mij ooit
van buitenaf zou kunnen kennen.
Mijn
ik heeft twee kanten, een binnenkant en een buitenkant. Mijn
binnenkant weet wie ik ben en wat ik voel, denk en wil. Mijn
binnenkant weet wat ik wil, ook al doe ik het niet. Mijn binnenkant
weet wat ik denk, ook al zeg ik het niet. Mijn binnenkant kent al
mijn daden en misdaden, ook al zijn die nooit tot de buitenwereld
doorgedrongen. Mijn binnenkant kent mijn angsten, mijn vreugdes, mijn
verlangens, mijn remmingen, mijn kwaadheden en mijn liefdes. Mijn
binnenkant weet ook dat ik er ooit niet meer zal zijn en is daar bang
voor. Al die dingen moet ik vertalen in computerprocedures, in
mechanismen. Maar om
mezelf te vertalen in mechanismen heb ik een wetenschappelijke blik
nodig. En de wetenschap is een wereld buiten de wereld. Ze bekijkt
alles van de buitenkant.
Als je in een auto zit, dan is er
alleen de beweging. Maar als die auto ermee stopt, dan moet je
uitstappen en de motorkap open doen. Om mezelf in een mechanisme in
te bouwen moet ik van buiten naar binnen gaan. Ik moet de juiste
onderdelen zoeken, en bepalen hoe die op elkaar inwerken. En dan moet
ik alle onderdelen bij elkaar voegen, en zorgen dat ze op de juiste
manier samenwerken. Maar wat is de juiste manier? Als ik daar buiten
sta dan zie ik geen gevoelens, gedachten en wensen. Ik zie alleen
gedrag. Als ik mezelf wil kopiƫren dan moet ik gedrag kopiƫren. Ik
moet zorgen dat mijn mechanische ik zich net zo gedraagt als ikzelf
zou doen. Maar of dat mechaniek daarbij ook gevoelens, gedachten en
wensen ervaart, net zoals ik ze ervaar, dat weet ik niet. Ik kan mijn
kind leren "rood" te zeggen als ik het een rode lap
voorhoud. Maar of hij dan ook het zelfde ziet als ik zie, dat weet ik
niet, en dat kan ik ook niet weten. Ik weet meer van mijn binnenkant
dan iemand, wie dan ook, waar dan ook, weet van mijn mijn buitenkant.
Binnenkanten zijn veel complexer dan buitenkanten. En dat geldt ook
voor buitenkanten die van binnenkanten zijn gemaakt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten