Maar
eerst moesten we maar eens in de omgeving gaan kijken of daar
misschien aanwijzingen re vinden zijn van wat er is gebeurd. Het
onderkomen ligt op ongeveer een kilometer afstand van een rij grillig
gevormde heuvels, die zich uitstrekt van het oosten naar het
zuidwesten. Het terrein in de omgeving is vrijwel vlak, met lage
zandhopen en wat vlakke rotsplaten. Het is goed te overzien, maar
voor zover we kunnen kijken zien we niets buitengewoons. Ik ben nog
boven op het onderkomen geklommen voor een beter uitzicht, maar ook
dat leverde niets op. De beste kans om hier in de omgeving wat te
vinden lijkt me die heuvelrij. We zullen maar eens die kant op gaan.
Ondanks
het feit dat je door ruw terrein rijdt, verloopt zo'n rit toch
redelijk soepel. De zes onafhankelijk geveerde wielen vangen goed de
oneffenheden op. Het gaat niet hard, maar toch kom je sneller vooruit
dan met lopen. Het idee is om een rondje te maken om de heuvels, om
te kijken of daar wat te vinden is. Op een van die heuvels klimmen is
niet te doen in zo'n marspak, want de toppen zijn vrij steil en
rotsachtig. En hoewel die pakken vrij stevig zijn, moet je toch
oppassen dat je ze niet beschadigt.
Toen
we bij de rij gearriveerd waren, zijn we linksaf gereden langs de
voet van de heuvels, lanzaam om niets te missen. Maar het enige wat
we zagen was zand en rotsen, zonder enig spoor van iets dat zich daar
zou hebben opgehouden. Geen voetstap, geen bandenspoor, niets. Na een
kilometer of vijf zijn we rechtsaf gegaan, klimmend over een pas
tussen de heuvels, om aan de andere kant weer terug te rijden. En ook
daar was niets te zien. De zon stond hoog boven de heuvels, en iedere
onregelmatigheid zou ons zijn opgevallen. Maar er waren geen
onregelmatigheden.
Na
een kilometer of tien weer rechtsaf tussen twee heuvels. Op het
hoogste punt zagen we een paar groeven in de grond, maar die kunnen
door de wind zijn gemaakt. Ze lijken in ieder geval niet op ons
bandenspoor. En terug maar weer, onderlangs de heuvels. Niets, niets,
helemaal niets. Niets wees er op dat er iets of iemand was langs
gekomen in de laatste tienduizend jaar. Op de terugweg naar het
onderkomen kwamen we alleen ons eigen spoor tegen.
De
zon begint te zakken. En hoewel de druk en de temperatuur in het
onderkomen zijn hersteld, is het zuurstofgehalte daar veel te laag.
Ik hoop dat de planten zich herstellen. Wij zullen de nacht
doorbrengen in ons landingsvaartuig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten