woensdag 30 mei 2012

Op Mars zijn mensen aliens 7


Maar eerst moesten we maar eens in de omgeving gaan kijken of daar misschien aanwijzingen re vinden zijn van wat er is gebeurd. Het onderkomen ligt op ongeveer een kilometer afstand van een rij grillig gevormde heuvels, die zich uitstrekt van het oosten naar het zuidwesten. Het terrein in de omgeving is vrijwel vlak, met lage zandhopen en wat vlakke rotsplaten. Het is goed te overzien, maar voor zover we kunnen kijken zien we niets buitengewoons. Ik ben nog boven op het onderkomen geklommen voor een beter uitzicht, maar ook dat leverde niets op. De beste kans om hier in de omgeving wat te vinden lijkt me die heuvelrij. We zullen maar eens die kant op gaan.
Ondanks het feit dat je door ruw terrein rijdt, verloopt zo'n rit toch redelijk soepel. De zes onafhankelijk geveerde wielen vangen goed de oneffenheden op. Het gaat niet hard, maar toch kom je sneller vooruit dan met lopen. Het idee is om een rondje te maken om de heuvels, om te kijken of daar wat te vinden is. Op een van die heuvels klimmen is niet te doen in zo'n marspak, want de toppen zijn vrij steil en rotsachtig. En hoewel die pakken vrij stevig zijn, moet je toch oppassen dat je ze niet beschadigt.
Toen we bij de rij gearriveerd waren, zijn we linksaf gereden langs de voet van de heuvels, lanzaam om niets te missen. Maar het enige wat we zagen was zand en rotsen, zonder enig spoor van iets dat zich daar zou hebben opgehouden. Geen voetstap, geen bandenspoor, niets. Na een kilometer of vijf zijn we rechtsaf gegaan, klimmend over een pas tussen de heuvels, om aan de andere kant weer terug te rijden. En ook daar was niets te zien. De zon stond hoog boven de heuvels, en iedere onregelmatigheid zou ons zijn opgevallen. Maar er waren geen onregelmatigheden.
Na een kilometer of tien weer rechtsaf tussen twee heuvels. Op het hoogste punt zagen we een paar groeven in de grond, maar die kunnen door de wind zijn gemaakt. Ze lijken in ieder geval niet op ons bandenspoor. En terug maar weer, onderlangs de heuvels. Niets, niets, helemaal niets. Niets wees er op dat er iets of iemand was langs gekomen in de laatste tienduizend jaar. Op de terugweg naar het onderkomen kwamen we alleen ons eigen spoor tegen.
De zon begint te zakken. En hoewel de druk en de temperatuur in het onderkomen zijn hersteld, is het zuurstofgehalte daar veel te laag. Ik hoop dat de planten zich herstellen. Wij zullen de nacht doorbrengen in ons landingsvaartuig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten